Routeburn Track in Nieuw-Zeeland: hoe wij een Great Walk in twee stukken liepen

De Routeburn Trackin Nieuw-Zeeland staat op bijna elke lijst van mooiste wandelingen ter wereld, en dat is niet voor niets. Wij liepen hem niet zoals de meeste mensen dat doen, in één keer van A naar B met een zware rugzak en een hutje als tussenstop, maar in twee losse dagtochten, verspreid over onze tijd in Nieuw-Zeeland. Één keer vanaf de Glenorchy kant, één keer vanaf de Fiordland kant. Niet omdat we dat zo slim hadden bedacht van tevoren, maar gewoon omdat het zo uitkwam en omdat het op dat moment de beste keuze voelde. En achteraf was het precies goed zo, want we hebben op die manier twee compleet verschillende stukken van een prachtige track gezien, elk met hun eigen sfeer en hun eigen hoogtepunten.
Wat is de Routeburn Track?
De Routeburn Track is een van de negen officiële Great Walks van Nieuw-Zeeland en loopt dwars door twee nationale parken: Fiordland en Mount Aspiring. De volledige track is zo'n 32 kilometer lang en de meeste mensen lopen hem in twee à drie dagen, met overnachtingen in berghutjes onderweg. Het is een van de bekendste meerdaagse hikes ter wereld, en als je de foto's ziet begrijp je al snel waarom. Sneeuwbergen, alpiene meren, uitgestrekte valleien.
Je kunt ook kiezen om een dagtocht te maken naar het hoogste punt van de track, Harris Saddle, en daarna weer terug te lopen naar je auto. Dat is een flinke wandeling van een dag, maar zeker te doen als je niet wilt overnachten onderweg. En dat was precies wat wij deden.

Deel 1: vanaf de Glenorchy kant naar Harris Saddle
We hadden onderweg al best wat gehiked, maar een meerdaagse tocht met overnachting had mijn vriendin nog nooit gedaan. Verschillende collega's bij het Cardona Hotel hadden de Routeburn Track als dagtocht gedaan vanaf de Glenorchy kant en waren er enthousiast over. Dus toen het idee op tafel kwam, voelde het als een logische keuze: een flinke wandeling, maar zonder de extra druk van een overnachting ergens in een hutje.
De avond voor de hike reden we al richting het startpunt om daar te overnachten op een DOC (Department of Conservation) kampeerplek. Zo hoefden we de volgende ochtend niet erg vroeg op te staan en daarna ook nog eens lang te rijden voordat we überhaupt een stap konden zetten. We genoten al van de omgeving op die kampeerplek, de stilte, de uitzichten, de verwachting van wat er de volgende dag zou komen, en dat gaf een fijn gevoel van opladen voor de wandeling.
Het eerste stuk van de hike loopt over een aantal bruggen en door het bos, rustig en aangenaam. Maar daarna begint het pas echt, want we komen terecht in een prachtige vallei en het ene na het andere uitzicht vraagt om een foto. De camerarol stond al snel vol. We kwamen onderweg natuurlijk ook veel andere wandelaars tegen, want het is een populaire track, en Nederlanders bleken (uiteraard) ook goed vertegenwoordigd.
Na wat pauzes en veel genieten kwamen we aan bij Harris Saddle, het hoogste punt van de hele track. We lunchen er even, kijken om ons heen naar een uitzicht dat je eigenlijk niet goed kunt omschrijven, en beginnen daarna aan de terugweg naar de auto. In totaal deden we er zo'n negen uur over, een lange dag, maar zonder zware hoogtemeters en met genoeg energie over om tevreden te zijn. Het was geweldig.
Deel 2: vanaf de Fiordland kant naar Lake Mackenzie
Een paar weken later, na een uitstapje naar Doubtful Sound, stonden we aan de andere kant van de track. We hadden het eerste deel gelopen, nu was het tijd voor het stuk dat we nog niet hadden gezien. Gewoon omdat we nieuwsgierig waren naar wat die kant te bieden had, en omdat het voelde als het afronden van iets wat we eigenlijk nooit als één geheel hadden gepland.
Die ochtend was het behoorlijk koud. De winter liet zich voelen, en zeker in dit deel van Nieuw-Zeeland betekent dat koud en nat. Maar gelukkig was er geen regen en scheen de zon lekker, dus onderweg warmde je vanzelf op. Het eerste stuk loopt opnieuw door het bos, wat een fijn rustig begin is, en al snel kwamen we bij een prachtige waterval die er altijd staat, ongeacht het seizoen. Indrukwekkend om te zien hoe zo'n massa water simpelweg altijd aanwezig is, alsof het er hoort en ook nergens anders zou kunnen zijn.
Na die waterval opende het landschap zich en werd het uitzicht steeds groter, totdat we aankwamen bij Lake Mackenzie. Dat meer is waanzinnig mooi, rustig en helder, omringd door bergen, en we lunchen er op een plek die het woord lunchplek eigenlijk niet verdient want het is eerder een klein paradijsje. We genoten er met volle teugen van, maar konden helaas niet te lang blijven, want het begon vroeg donker te worden en we hadden nog een aantal uur terug te lopen.
Twee stukken, één verhaal
Achteraf vonden we dit eigenlijk een geweldige manier om de Routeburn Track te doen. Geen gedoe met het regelen van transport terug naar je auto, geen zware rugzak met extra spullen, en geen verplichting om door te lopen ook als je moe bent. Gewoon twee losse dagen, elk met een eigen startpunt, eigen uitzichten en een eigen sfeer. En omdat we hem in twee stukken deden, konden we ook echt genieten van beide kanten van de track zonder dat we ons ergens doorheen moesten slepen. Als je de keuze hebt, is dit wat ons betreft een heel fijne manier om hem te lopen.





Opmerkingen